Rennes-le-Château, het malaria van de Languedoc

Als een zwart gat

Neem een kom en gooi er een straatarme pastoor in die ineens zakken vol geld heeft. Doe er brutale moorden en grafschennis bij. Vervolgens rijkelijk kruiden met onderaardse gangen en een verborgen schat. Voeg er nog wat Catharen aan toe, strooi er Tempeliers overheen, laat je goed gaan met noblesse en wees niet te krenterig met geheimen. Saus tenslotte het geheel met een siroop van nijd, hebzucht en heroïek. Aan tafel!

Eet wel met voorzichtige hapjes, want menig bezoeker werd reeds geveld door de Rennes-le-Château koorts. Het onooglijke dorpje in de Zuid-Franse Languedoc, nabij Limoux, steekt als een vale broche uit het landschap, is oud en stoffig, en heeft meer boekenwinkels dan cafés. Er wonen amper honderd mensen en de belangrijkste activiteit is een museum. Maar het gaat in je kop zitten, aan je ribben hangen. Als een zwart gat trekt het mensen naar zich toe. Vaak hebben die vele duizenden kilometers in de benen, voor ze de steile toegangsweg beklimmen. Amerikanen, Australiërs, Zweden, Ieren, Russen… Er is weinig te zien en nog minder te doen. En toch blijven ze komen, met velen, van overal.

Roerige eeuwen

Henry Lincoln las Le Trésor Maudit van Gérard de Sède, raakte bezeten door het dorp en schreef er een boek over. Hij woont er nog steeds in de buurt. Impens las zijn Het heilige bloed en de heilige graal (Lincoln, Baigent en Leigh), en ging terplekke. Rennes-le-Château klauwde ook hem diep in zijn vel, hij keert er tot acht keer per jaar terug. Na Lincoln volgde Klaas van Urk en nog later liet niemand minder dan Dan Brown zich er inspireren tot De Da Vinci Code. In september is het de beurt aan Raeven & Impens met Het Laatste Verbond. Maar niet alleen auteurs raken in de ban. Een Ier verkocht na een bezoek aan Rennes-le-Château al zijn bedrijven en werd knetter. Een Nederlandse ging aan de voet van het dorp wonen en verloor alles. Je vindt er akelige poppetjes langs de weg, zonderlinge beelden staan verspreid in het landschap, koninginnen en presidenten gingen er op bezoek en Raeven beweert dat hij er het gewicht voelt van de roerige eeuwen.

Dreiging en onzekerheid

Impens blijft rationeel over het zogenaamde ‘mysterie van Rennes-le-Château’. Bérenger Saunière, de nieuwe pastoor die in 1885 in het dorp werd aangesteld, spekte zijn beurs met vele honderden misintenties. Daarnaast ontdekte hij meer dan waarschijnlijk verborgen goud en juwelen, wat in de streek geen verbazing mag wekken. De eeuwige geldnood van de Franse dynastie, de uitroeiing van de Tempeliers, de strijd van de noordelijke legers met de Catharen én de revolutie, zorgden voor genoeg tijden van dreiging en onzekerheid om rijke families en kloosters ertoe aan te zetten de spaarcenten te begraven. Het feit dat de curé kostbare sieraden verkocht bij diverse juweliers in het buitenland, staaft de theorie. De plotse rijkdom hoeft dus geen mysterie te zijn en vermits Saunière blut aan zijn einde kwam, was de schat al snel opgesoupeerd. Of was er wellicht een andere reden?

Aanzienlijke rijkdommen

Saunière maakte lange wandelingen, hij bleef soms meerdere dagen weg en bezat een grondige kennis van de streek. Volgens Impens zijn er redenen om aan te nemen dat hij de schat van Alet vond. Abbaye Sainte-Marie d'Alet, in de buurt van Rennes-le-Château, heeft een woelige geschiedenis. De abdij werd in 1318 zelfs een kathedraal en bleef dat tot 1801. Tijdens de kruistocht tegen de Catharen vallen de benedictijnse monniken echter in ongenade en worden zelfs geëxcommuniceerd omdat ze zich aan de zijde van de ‘heidenen’ scharen. De aanzienlijke rijkdommen van de welvarende abdij verdwijnen spoorloos.

In de streek zijn er gangen en grotten op overschot, ideaal om schatten uit handen van veroveraars te houden. Een voorwaarde is wel dat zij die de bergplaats kennen, lang genoeg in leven blijven om de weg te wijzen wanneer het gevaar is geweken. In het andere geval is het spaarpotje verloren voor iedereen. Tot er bij toeval iemand tegenaan loopt.

Bedolven schat

In zijn boek Zoektocht Naar De Graal En De Ark Van Het Verbond toont Klaas van Urk aan dat de hogere hiërarchie van de abdij betrokken was bij het verbergen en bewaken van de Ark van het Verbond. Het ligt dan voor de hand dat de Ark, als waardevol religieus artefact, deel uitmaakte van de schat van Alet. In het boek Marie Dénarnaud-Bérenger Saunière, lieu par un secret van Antoine Captier en Claire Corbu - de nazaten van Noël Corbu, die na het overlijden van Saunière in het bezit kwam van diens eigendommen - lezen we dat de schatten van Alet, verstopt in de catacomben onder en in de buurt van Rennes-le-Château, werden gevonden door Bérenger Saunière. Er is echter sprake van een instorting in de gangen, waardoor Saunière zich slechts een deel van de schat kon toe-eigenen. De Ark en instortende muren… Waar hebben we dat eerder gehoord?

Bedding van de geschiedenis

Vandaag de dag moet de Franse politie nog steeds ingrijpen wanneer er weer eens heethoofden aan het spitten gaan of snode plannen hebben met springstof. Het goud blijft tot de verbeelding spreken. Nochtans is de voornaamste kwaliteit van dat kleine, drukbezochte dorpje niet de verborgen schat. Evenmin de hebberige pastoor die er slechts enkele jaren leefde, maar er zijn bedenkelijke stempel op drukte. Wat dan wel? Voor ons zijn het de verhalen die er in de bodem zijn gesijpeld, stille echo’s van helden en martelaars die er de bedding van de geschiedenis verlegden. Het zijn de ruïnes die vergroeid zijn met hun heuvels, de symbolen en de tekens in het landschap. Het is het verleden, rauw en huiveringwekkend, dat we vormen en kneden tot denkbare stof voor onze pen. En tot slot - als contrepoid voor de bodemloze afgrond van de menselijke wreedheid - is het ook de weergaloze kracht van de liefde. Ga, overtuig jezelf. Maar eet met voorzichtige hapjes.

Reactie schrijven

Commentaren: 0