Wat doe je met het allereerste exemplaar van je boek? Ik liet het mijne achter in Italië.

Marianne van uitgeverij Houtekiet glimlacht breed. In haar ogen lees ik het begrip voor wat dit voor ons betekent. Ze drukt mij en Kurt de allereerste exemplaren van Het Laatste Verbond in de handen. We kijken en voelen, strelen, draaien het boek om en om en ruiken aan de vers bedrukte bladzijden, grijnzen er ongetwijfeld een beetje idioot bij. Ik weet niet of ik zo uit de losse hand de lijst met ingrediënten kan opstellen die nodig waren om tot dit resultaat te komen. Een beetje bang om onze baby te laten vallen klem ik hem tussen mijn vingers. Negen jaar. Een karrenvracht plezier. Reizen, overleggen, een flinke voorraad goede wijn. En schrijven, uiteraard. Maar schrijven heeft zijn eigen ingrediënten. Waaronder ontzaglijke hoeveelheden herschrijven. In andere werelden kruipen. Beaucoup vijlen en schaven. Pottekes vol frustratie, staren naar het scherm, grinniken, juichen, schateren en bleiten. Avonden vol neerslag van beleefde avonturen, maar niks om te vertellen want de hele dag achter de laptop gezeten. Marianne neemt wat foto’s van ons, met en zonder boek, boven in de hal van het Mediahuis.

 

Later vraagt Kurt me zijn exemplaar te signeren. Hij wil het boek zorgvuldig bewaren, als een relikwie. Op zijn vraag of ik dat ook ga doen schud ik het hoofd. ‘Ik vertrek morgen naar Italië en ga het daar achterlaten.’ Ik weet dat ik het ga doen, ook al kan ik het nog niet verklaren. Mijn allereerste Het Laatste Verbond gaat met me mee op reis, maar zal niet terugkeren. Kurt gebruikt zijn mooiste balpen om het boek te signeren.

 

Twee dagen later arriveer ik met Pascale bij I Fiamminghi, voor een weekje weg van alles. Ik hou van stilte, van afgelegen plekken met ziel en karakter. En van eindeloos ver kijken. De ramen van het palazzo staren strak over de Toscaanse heuvels, helemaal tot aan de einder, die nevelige rand waar de werkelijkheid zich verschuilt achter de verbeelding.

Dirk kijkt een beetje bevreemd, wanneer ik het hem een paar dagen later vertel. ‘Echt?’ fronst hij. Ik ken de gastheer goed genoeg om te weten dat hij niet zal vragen naar mijn beweegredenen. Hij gaat bereidwillig op weg, een ander T-shirt aantrekken voor de foto.

Op de laatste dag van ons verblijf voeg ik mijn eigen handtekening toe aan die van Kurt, en krabbel er nog iets bij. De volgende ochtend leg ik het boek op de ontbijttafel. Dirk accepteert het zwijgend. ‘Blijf,’ had hij gisteren nog gezegd. ‘Blijf nog een week.’ Nu staan hij en Annemie op. ‘We gaan mee tot aan je wagen.’

 

Minuten later stuur ik de auto door de poort en is de gps de enige die zin heeft om te praten. Terwijl het palazzo achter ons verdwijnt denk ik aan Dirk en Annemie, aan de andere gasten, aan het boek. Ik knipper een paar keer om het kronkelende asfalt scherp te houden, bedien als een automaat de schakelpook. Waarom heb ik het net daar achtergelaten?

Vijf jaar geleden al, schreef ik een gedicht dat uiting gaf aan mijn gevoel bij de plek. Kan de reden het palazzo zijn dat, ofschoon ontworpen voor een residentiële Romeinse wijk, wonderlijk genoeg hoog op deze heuvel werd gebouwd? De puurheid wellicht, de onverschillige, rauwe pracht. Of zijn het de andere gasten, die er met trage vleugelslag landen en na een week weer oplossen in de dunne lucht? Ik tuur in het scherpgerande zonlicht, wanneer de wagen uit de schaduw van de bomen duikt en begint aan een bochtig parcours over de golven van een gestolde oceaan. I Fiamminghi is mijn land of Oz. Een land onder een onzichtbare stolp, dat de wereld ontkent, waar Dirk en Annemie mij bevrijden van de mantel die altijd zwaar is van echte en ingebeelde lasten.

Achter ons is het palazzo al niet meer te zien. Natuurlijk niet, het is er alleen als je het dicht genoeg nadert. Maar terwijl de afstand groeit, word ik de fluisterstille trilling gewaar, als de snaren van een harp die door de wind worden beroerd. En dan ineens begrijp ik het. Ik druk het gas dieper in en trek de auto door de bocht. Reik naar de volumeknop, laat de muziek schallen, adem diep in en uit en spoel het afscheid uit mijn borst. Want daar, naar huis bollend in Toscane, denk ik aan Troje. Geen paard, maar een stukje van mezelf bleef achter onder de stolp, en voortaan gaat de echo overal met me mee.

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Benny Appelen (vrijdag, 02 november 2018 22:52)

    Zaadjes worden mooie bloemen, maar je moet ze wel zaaien. Waarom niet on Italië? Jullie boek zal daar een mooie plek krijgen en zal nog jaren worden gelezen.